Verschillende soort theater in Amsterdam

Pathé Tuschinski Cinema
Pathé Tuschinski is bekend gebouw in het straatbeeld van Amsterdam, mede door haar Art deco bouwstijl, populair in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw. Je kunt deze bioscoop vinden tussen het Rembrandtplein en de Munttoren. Het iconische gebouw is daarnaast te herkennen aan de twee grote torens aan de bovenkant. Gebouwd door de Poolse immigrant Abraham Icek Tuschinski in 1921 en tot op de dag van vandaag in dezelfde staat gebleven. Pathé Tuschinski is naar de bioscoop gaan op een historische locatie.

Abraham Tuschinski leerde zichzelf het vak van kleermaker aan en wilde hiermee, samen met zijn schoonbroers Gerschtanowitz and Ehrlich, de oversteek maken naar Amerika. In de jaren ’10 van de 20e eeuw kwam hij aan in Rotterdam, waar bioscopen aan populariteit wonnen. Als zelfbenoemde arme kleermaker was hij in staat om in een korte periode vier verschillende bioscopen te openen in Rotterdam. Daarna vertrok hij met zijn broers naar Amsterdam, waar in 1921 het filmtheater Tuschinski werd geopend voor 4 miljoen gulden.

Zowel de binnenkant als de buitenkant van de bioscoop staan bekend om hun verfijnde architectuur. In samenwerking met de minder bekende architect Hijman Louis de Jong werden alleen de fijnste materialen gebruikt voor het filmtheater. Art deco was een bekende architectonische vorm die vooral tussen de 1e en 2e Wereld Oorlog veel werd gebruikt. De iconische torens en brede ingang van het gebouw, vormen de basis van Pathé Tuschinski. Van de buitenkant lijkt het tegenwoordig daarom meer op een operazaal dan een bioscoop.

Tevens een fameus onderdeel van het filmtheater zijn de twee grote balkons aan de binnenkant. In totaal was in het theater plek voor 1200 mensen. Naast de grote zaal waren de Moorish suite, een Japans theehuis en een cabaretzaal genaamd ‘La Gaité’ gevestigd, waardoor het theater een multifunctionele rol had. Voor privacy redenen kreeg het theater tevens de beschikking over meerdere ruimtes waar gasten zich konden terugtrekken. In 1936 onderging het theater een grote renovatie, waarbij het wollen vloerkleed werd neergelegd. Deze ligt er nog tot de dag van vandaag.

Tijdens de 2e Wereld Oorlog werd Abraham Tuschinski, omdat hij van Joodse komaf was, weggevoerd door de Duitsers. Hij en vrijwel zijn hele familie kwamen om in de concentratiekampen. Tijdens de oorlog kreeg het filmtheater ook tijdelijk een andere naam, namelijk ‘Tivoli’.

Het oorspronkelijke Tuschinski theater bracht beeld en geluid samen door middel van een groot en welbekend Wurlitzer-Strunk orgel. Deze werd in 1940 geïnstalleerd, terwijl daarvoor nog een Wurlitzer model 160 orgel werd gebruikt. Daarnaast werden in totaal 16 verschillende muziekinstrumenten gebruikt voor een groot orkest. Grote musici hebben in de loop der jaren de revue gepasseerd. Pas in de jaren ’70 veranderde de invulling van het theater meer naar film in plaats van muziek.

In de periode 1998-2002 heeft het Tuschinski theater grote veranderingen doorgemaakt. Het vloerkleed werd grootschalig gereinigd, waarbij het wel iets van zijn oude patronen is verloren. Daarnaast kwam de grote distribiteur Pathé in het pand, waarmee alles in het teken van ‘film’ kwam. De techniek werd drastisch vernieuwd en verschillende ruimtes werden omgebouwd tot sfeervolle bioscoopruimtes. In totaal hangen vandaag de dag 12 schermen. Er zijn overigens nog steeds speciale liefdesruimtes en privé kamers.

Stadsschouwburg
Gemeentelijk theater de Stadsschouwburg is één van de mooiste gebouwen van Amsterdam. De allure van het gebouw heeft grote invloed op de gehele westvleugel van het Leidseplein. De bouwstijl van de Stadsschouwburg is afkomstig van de neorenaissance uit de 19e eeuw. Het gebouw heeft een geweldige akoestisch, die het voor straatmuzikanten een mooie plek maakt om op te treden. Geluiden hebben door de bouwstijl een groter bereik.

In de 15e en 16e eeuw vonden op in Amsterdam al meerdere theatrale activiteiten plaats. In zogenoemde rederijkamers kregen dichters en kunstenaars de ruimte om creatieve ideeën om te zetten in visuele of fysieke voorstellingen. Er was nog geen sprake van een permanent theater en daarom beoefenden deze beginnende theatermakers hun voorstellingen op tijdelijke podia of in de buitenlucht op pleinen.

In de rederijkamers kwamen vooral kunstenaars en dichters uit de Vlaamse gebieden samen. Het is ook daarom dat de bekendste rederijkamers een Brabantse naam kregen, zoals ‘Brabantsche kamer’. Pas in 1637 kregen de kunstenaars een permanente plek om theatervoorstellingen geven. Schouwburg van Campen werd de eerste plek die leek op wat de Stadsschouwburg heden ten dage is.

Al in 1774 werd op min of meer dezelfde plek als de hedendaagse Stadsschouwburg een theater gebouwd. Deze ging echter verloren aan de gevolgen van een brand, waarna het nieuwe gemeentelijk theater werd gebouwd in nieuwe stijl (in die tijd). In de Stadsschouwburg is ruimte voor verschillende thema’s binnen het theater, hoewel opera voorstellingen tegenwoordig plek hebben in het nieuwe Muziektheater, ofwel ‘De Nationale Opera en Ballet’.

In de Stadsschouwburg is plaats voor 1200 bezoekers en het design aan de binnenkant doet denken aan een 19e eeuws Court Theater. Dit is een kenmerkende stijl van omhooglopend oppervlak met stoelen, met daaromheen kleinere en grote balkons. Het grootste balkon is speciaal gemaakt voor het Koninklijk Huis. De buitenkant is in neorenaissance stijl, waarbij het gebouw meerdere torentjes heeft en oplopende gevels.

De architect die het ontwerp voor de Stadsschouwburg heeft gemaakt is Jan L. Springer (1850-1915), dit in samenwerking met zijn vader. Om het hernieuwde theater te kunnen bouwen was steun nodig en dit kwam van de Nederlands-Joodse bankier en filantropischt A.C. Wertheim. Sinds 1982 is de Stadsschouwburg tevens een Rijksmonument, hetgeen beschermde gebouwen zijn door hun cultuurhistorische waarde.

De grootste Nederlandse Theatergroep is actief in de Stadsschouwburg, dit is de Toneelgroep Amsterdam. Artistiek leider van deze theatergroep is Ivo van Hove, die in binnen- en buitenland veel geroemd is om zijn gedurfde uitvoeringen van moderne en klassieke stukken. De theatergroep is dermate goed getraind, dat internationale regisseurs worden uitgenodigd om voorstellingen met Toneelgroep Amsterdam te creëren.

Mocht je geïnteresseerd zijn in een bezoek aan de Stadsschouwburg, dan is er ruim keuze uit verschillende voorstellingen. Binnen het theater zijn verschillende zalen te vinden met ruimte voor dans, muziek en toneel. Daarnaast worden in de Stadsschouwburg vaak schoolklassen uitgenodigd voor educatieve doeleinden. Ook de Universiteit van Amsterdam maakt voor de Theater opleiding veel gebruik van de schouwburg. Binnen ‘diversen’ zijn daarnaast veel verschillende kunstuitingen te zien in de Stadsschouwburg.

De Balie
De Balie is een breed platform voor zowel kunstvormen als maatschappelijke discussies. Vroeger zag je in De Balie vaak politieke discussies voorbij komen, maar ook voor cultuur en theater is dit een ideale plek. Evenals Pathé Tuschinski en de Stadsschouwburg is De Balie gevestigd aan het Leidseplein in Amsterdam. Mensen uit verschillende culturen en met verschillende ideeën komen hier graag samen, omdat het een gerespecteerde plek is voor politiek, kunst, cultuur en discussievorming.

De Balie is gebouwd in het voormalige rechtsgebouw uit het eind van de 19e eeuw. Sinds 1982 vinden politiek, cultuur, kunst, media en films hun weg. De belangrijkste functie van de Balie is om diepgewortelde culturele en politieke vraagstukken te analyseren, evenals taboes uit verschillende hoeken te doorbreken. Om dit te bereiken worden vaak uitdagende voorstellingen gegeven om zo discussies uit te lokken.

Wil je vrijblijvend eens langskomen bij De Balie en misschien nieuwe mensen leren kennen? Dan ben je bij het café restaurant op het juiste adres. Hier kun je onder het genot van een hapje en een drankje ongedwongen met elkaar praten over alles wat je bezighoudt. Het is daarmee daadwerkelijk een laagdrempelig, doch cultureel centrum voor de hoofdstad van Nederland. Geen enkel sociaal vraagstuk blijft in De Balie onbeantwoord.

Bij de exploitatie van De Balie zijn meerdere mensen betrokken. Momenteel is schrijver en journalist Yoeri Albrecht directeur, terwijl Jolanda Beyer ook actief als directeur betrokken is bij de invulling van De Balie. De verdere organisatie bestaat uit mensen die zich bezig houden met het uiteenlopende programma, technici, financiële medewerkers en systeembeheerders van het gebouw.

Om het programma van De Balie vorm te geven heeft het contact met meerdere samenwerkende partijen. Oxfam Novib, een bekende naam in Nederland, werkt samen met De Balie aan het stuk ‘Mind the Gap and Justice for All’. Dit is een discussieprogramma die inspeelt op de huidige sociale ontwikkelingen, waaronder de invloed van technologie op onze samenleving. Het Kenniscafé wordt daarnaast is samenwerking met Volkskrant, KNAW en NEMO gemaakt. Hierin gaan diverse gasten en het publiek in op de invloed van de wetenschap op hedendaagse vraagstukken zoals de gezondheidszorg.

Om aan te tonen dat De Balie niet terugschrikt voor controversiële onderwerpen, heeft het cultuurcentrum een uitgebreid interview gehouden met de leden van ‘Pussy Riot’. Deze groep zorgde in de Russische Orthodoxe samenleving voor veel opschudding, door onheilige actief te houden in kerken of grote pleinen. Ook hedendaagse en internationale problemen worden getoond aan het groter publiek, zoals de situatie tussen Israël en Palestina, maar ook de muur tussen de Verenigde Staten en Mexico.

De Balie is een cultureel theater, meer dan dat er daadwerkelijk voorstellingen worden gegeven. Grotendeels wordt ingespeeld op de invloed van bezoekers en nieuwe stellingnames op grote sociale en politieke vraagstukken. De Balie heeft een grote linkse vleugel op politieke standpunten, maar voor discussies zijn ook bezoekers met een rechtse gedachtegang van harte welkom. Voor documentaires en films die uitdagen tot een maatschappelijke discussie ben je tevens op de juiste plek in De Balie. Niet zomaar een theater, maar een breed cultureel centrum.

Compagnietheater
Vlakbij de Nieuwmarkt in Amsterdam staat het Compagnietheater. Dit is een oude Lutherse kerk die volledig is omgebouwd tot een theater, waar bekend en onbekend podiumtalent de kans krijgt om zichzelf aan een groter publiek te laten zien. Het Compagnietheater is ontworpen door architect Abraham van der Hart aan het einde van de 18e eeuw. Na een periode van ‘ontkerking’ werd het gebouw niet meer gebruikt, tot in 1952 een groep Lutheranen opnieuw samenkwam. In 1956 kwam hier echter een einde aan.

Vanaf 1956 heeft het hedendaagse Compagnietheater nog gefunctioneerd als archiefplek voor de Nederlandse Bank. Alle elementen van de Lutherkerk zijn in deze periode uit het monumentale pand verplaats naar andere plekken, waaronder Ede en Arnhem. Hier zijn de religieuze elementen uit het pand nog steeds in volle glorie zichtbaar. Francine Houben, een Nederlandse architecte, zorgde ervoor dat het pand in 1995-1996 werd omgebouwd tot een plek voor theater. In 1997 nam het Trusttheater hier zijn intrek.

In 2001 werd door een samenwerking tussen The Trust en Art & Pro de Theatercompagnie opgericht. The Trust is in 1988 als theatergroep opgericht, maar pas in 2001 na de samenwerking met Art & Pro company daadwerkelijk gestart met theatervoorstellingen. De grote theatersamenwerking staat tegenwoordig op een lager pitje, waardoor kleinere regisseurs en groepen hier de kans krijgen om hun talenten te tonen. Het thema dat vaak voorbij komt binnen het theater is Drama. Daarnaast heeft het Compagnietheater een functie als plek voor presentaties en congressen.

Het Compagnietheater heeft een grote culturele verscheidenheid in voorstellingen. Muziek theater is de hoofdmoot, maar daarnaast zijn er ook (inter)nationale exposities te zien, is cultureel in de breedste zin vertegenwoordigd en kunnen scholen of gezinnen er terecht voor jeugdvoorstellingen. Eén van de bekendere exposities die te zien is in het Compagnietheater is de World Press Photo. Ook heeft het Compagnietheater een link met het bekende jaarlijkse Amsterdam Dance Event.

Momenteel vormen Theu Boermans als artistiek directeur en Jacqueline van Benthem als zakelijk directeur de directie van het Compagnietheater. Theu Boermans is al vanaf het begin betrokken bij het theater middels The Trust. The Trust kwam voort uit een groep jonge studenten die allen waren afgestudeerd in de richting van Drama. Jacqueline van Benthem heeft het zakelijke management van Art & Pro directeur Roelf Huizinga overgenomen.

Ook het Compagnietheater heeft een eigen café met hierin een verrassend eigen assortiment. Speciaal voor het café heeft Brouwerij Walhalla uit Amsterdam een Blond biertje gemaakt. Ook andere producten uit het café zijn de moeite waard. Met een prachtige plek aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam is het Compagnietheater een ideale plek om te genieten van cultuur en theater. Op dagen dat er een voorstelling plaatsvindt kun je hier tevens eerder tafelen, om vervolgens te genieten van het schouwspel.

Het Compagnietheater heeft een grote en kleine zaal, waarbij in de grote zaal voornamelijk de grote namen komen optreden. De binnenkant heeft een redelijk moderne en strakke uitstraling, waar veel gebruik wordt gemaakt van licht- en geluidsinstallaties. Er kunnen maximaal 500 bezoekers in de Compagniezaal.